Gulden

Antillen en Curacao
Macasuba.nl
Denominatie 1 gulden
Antillen en Curacao

Vanaf het begin van de zestiende eeuw probeerde de Nederlandse staat de eigen munt in te voeren in Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. Veel succes boekte de staat echter niet. Weliswaar werden in die eeuw in de kolonie Nederlandse zilveren munten in omloop gebracht, maar die waren al snel weer uit de circulatie verdwenen. Wat bleek: Chinese kooplieden verkochten ze met winst door – edelmetaal was een kostbare grondstof.

Nederland deed van alles om het probleem op te lossen. Toen het verhaal de ronde deed dat de zilvermunten in Nederlands-Indië meer waard waren dan in Nederland zelf, gaf de staat opdracht de munt in het verre Indië een hogere koers te geven dan in Nederland. Dit haalde niks uit: de munten bleven verdwijnen.

Nederlandse munten waren ook geliefde smokkelwaar onder personeel van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie, zoals later zou blijken bij analyse van wrakstukken van vergane schepen. Ander probleem met Nederlands geld in Nederlands-Indië was dat er verschil ontstond tussen ‘licht geld’ en ‘zwaar geld’ – dit afhankelijk van de gebruikte hoeveelheid edelmetaal. Het betrof ‘een tot den huidigen dag nog door niemand gepenetreerd mysterie’, zoals de Nederlandse gouverneur-generaal in 1741 zei, destijds de hoogste bestuurder van de kolonie.

KOSTBAAR Nederlandse munten waren geliefde smokkelwaar voor het VOC-personeel in Indie

Andere koloniale mogendheden ondervonden soortgelijke problemen bij het invoeren van de eigen valuta overzees. Zo trachtte het Verenigd Koninkrijk in de Verenigde Staten – destijds een Engelse kolonie – ponden in te voeren. Dat lukte niet: zo is bekend dat immigranten in de Amerikaanse staat Virginia een bruid kochten voor 100 pond tabak. Ook in Suriname was geld lang niet het standaard-betaalmiddel: tot in de achttiende eeuw fungeerde suiker als ruilmiddel, en soms speelkaarten.

Pas na 1850 slaag (de Nederland erin het eigen geldstelsel overzees in te voeren, en kwam er een muntunie – eerst in Nederlands-Indië, later in Suriname en weer later op de Antillen. Deze hield stand tot de Tweede Wereldoorlog. Erna introduceerde de onafhankelijke staat Indonesië een eigen muntsoort, de roepia. Suriname en de Antillen koppelden na de oorlog hun valuta’s aan de Amerikaanse dollar en sneden zo de band door met de Nederlandse munt.
 


Antillen

*De Caribische eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba maken als bijzondere gemeenten deel uit van het land.

1 Gulden munten in verzameling
1952 (vis)
1963 (vis)
1964 (vis)
1964 (vis -ster)
1969 (Ontwerp ofwel proefslag, 210 stuks)
1970






Met het jaartal 1969 zijn 210 series geslagen van het ontwerp van de nieuwe muntenreeks. De 1 cent t/m 25 cent zijn ontworpen door G. Brinkgreve, de 1 gulden door L.O. Wenckebach. De sets werden destijstijds aan de bank van de Nederlandse Antillen geschonken, welke op haar beurt enkele series aan hoogwaardigheidsbekleders gaf. Deze munten zijn daarom schaars en worden zelden aangeboden.

Zie: 'Handboek der Nederlandse Munten' van Jacques Schulman Vijfde Druk (1975) blz. 231.
Muntalmanak 2017 blz. 220: 'Ontwerpset 1969'
Zeldzaam: RRRR

Curacao

driekantjes

Er zijn op Curacao ook driekantje van 3 Reaal of 18 stuiver / 3½ reaal of 21 stuiver / uitgegeven (ca. 1815 - 1818) door lokaal bestuur in de Bataafse Republiek.
Dat zijn in vijven gekapt 8 Reaalstuk met een 3 met lange omhaal in een ronde gladde instempeling (Scho. 1387b)
oplage van circa 7.000.
zie ook pagina over klop



1 Gulden munten

1944




Biljetten

P35a - Prefix A

1942, Pick 35a, 6 cijfers of 1 letter (A) met 6 cijfers
1947, Pick 35b, 1 letter (B) met 6 cijfers




1892, Pick A3, geel, zilverbon


1000 euro
1918, Pick 7A, zwart op geel


 Curacao 1 Gulden 1893 Netherlands Antilles


~5 euro
Gulden
Antillen en Curacao