Gulden

Generaliteits gulden Gelderland
Macasuba.nl
Denominatie 1 gulden
Generaliteits gulden Gelderland

1694 (MMT - eenhoorn)

  


In 1694 besluit de Staten-Generaal bij plakkaat van 13 maart tot de invoering van de nieuwe gulden als generaliteitsmunt. Volgens een concept resolutie van 18 maart 1693 zou er een stempelsnijder generaal worden aangesteld die voor alle gewesten de stempels zou gaan snijden. Waarschijnlijk is deze procedure uitsluitend in het jaar 1694 gevolgd. Mogelijk zijn de stempels met het jaar 1694 op de Hollandse munt in Dordrecht gesneden. De stempels zijn uitsluitend bedoeld voor de provinciale munthuizen. De Rijkssteden worden schadeloos gesteld voor de sluiting van hun munthuizen. Alleen in Holland en Gelderland is het in 1694 daadwerkelijk tot aanmunting van 1 gulden munten gekomen. (hoewel ze in Holland niet gecirculeerd hebben..red)

1 gulden 1694 Gelderland
Uit de 1e muntbus van 19-07-1694 t/m 27-08-1694 van muntmeester Johan van Brienen (1690 - 1695) blijkt dat er op de Gelderse munt 63.900 guldens met het jaar 1694 zijn geslagen. Vanuit Gelderland komt de klacht dat op de stempels een verwijzing naar het graafschap Zutphen ontbreekt. Ook in de publicatie van 25 mei 1694 ontbrak deze verwijzing nog.

Einde citaat van gulden.nl

1698 (MMT Ridder te paard)

de C van Comitatus (graafschap)
de Z van Zutphania
1694 zijn beide niet vermeld. en dan van 1697 tot 1701 is de C (graafschap)
De gulden van 1697 en 1698 heeft de vermelding Z(utphen) wel.
1698

1697 (in verzameling)

1730

De zeer zeldzame 1730 is geslagen door Muntmeester Jacobus de Vos, met als Muntmeersterteken een vos (nog niet gezien, of toch??)
Deze gulden lijkt te zijn verkocht via Catawiki in 2015 (voor 41 euro??)

 
Ik kan het MMT de vos niet vinden, tenzij deze net voor de 17 staat.
KM# 65.4
Aantal geslagen : 2.320 stuks

1760

Een andere zeer zeldzame RRR gulden uit Gelderland is de 1760.
In 1760 was er een wisseling van de wacht van stempelsnijders in Gelderland.
Mogelijk heeft Bartholomeus van Swinderen (in dienst van 1753-1760) de stempels voor 1760 gesneden en zijn er een klein aantal guldens van dat jaartal geslagen.
Toen in dat zelfde jaar Gerrit van Moelingen (1760-1766) aantrad is hij mogelijk gelijk aan de nieuwe stempels 1762 begonnen en heeft die van zijn voorganger niet meer gebruikt.
De Pallas van 1762 is een stuk langer en slanker.
Het altaar lijkt hij wel te hebben gebruikt..

Het valt op dat de gulden ondergewichtig (2 gram) is.. dit duidt meestal op een vervalsing..totdat ik op onderstaande stukje stootte..

Schandaal rond muntmeester Novisadi,

De zaak begint in november 1763 als Gerrit van Moelingen, de stempelsnijder, een ¬ lot koopt in de Generaliteitsloterij. De collecteur te Harderwijk van deze loterij was ene Abraham Gabriëls die wisselaar was geweest te Amsterdam. Doordat hij dit beroep had uitgeoefend was hij waarschijnlijk nog in het bezit van nauwkeurige weeginstrumenten en was hij goed op de hoogte van de geldcirculatie. Hij constateerde dat de guldens waarmee Gerrit van Moelingen hem betaalde te licht waren. Hij vroeg hem of hij wilde proberen om meer informatie te verkrijgen over de te lichte guldens. Van Moelingen informeert hier en daar en vernam van ene Lambert Claassen (dagloner op de munt) dat al sinds 1758 geregeld te lichte partijen rijksdaalders en sinds 1760 ook guldens voor de waardijn verborgen werden gehouden. Na dit vernomen te hebben vergaarde Abraham Gabriëls door inwisseling nog enkele te lichte guldens en ging hiermee op 27 december 1763 naar den Haag. Hier kwam hij terecht bij de essayeur generaal Marcellis Emants. Deze was zeer ontdaan door het verhaal van Gabriëls mede omdat hij Novisadi had aanbevolen als muntmeester. Hij houd de informatie voorlopig nog voor zich en brengt alleen zijn vriend Mr. Willem Reinier Brantsen (raad in het hof van Gelderland) op de hoogte. Deze is ook zeer ontdaan over de zaak omdat muntmeester Novisadi een persoonlijke vriend van hem is. Zij besluiten om de zaak nog even onder hen te houden en proberen enkele zakken met muntgeld in handen te krijgen wat hen op 25 januari 1764 gelukt. Zij krijgen via een transport 2 zakken guldens en een zak 3 guldens in handen. 1 zak is te licht, 1 zak is te zwaar en 1 zak is goed van gewicht. De afzonderlijke munten in de zakken zijn in diverse gradaties te zwaar en te licht. De zakken met geld waren bedoeld om naar een bevriende wisselaar van Novisadi verstuurd te worden. Deze kennis zou dan vervolgens de zware munten uit de partij halen door ze te wegen (biqueteren). De zware munten zouden hierna terug gaan naar het munthuis om opnieuw tot muntgeld vermunt te worden. Het overschot aan muntmetaal was winst voor de muntmeester en zijn medeplichtigen.

Intussen kreeg ook de Gelderse waardijn Mr. Herbert Cornelis van de Graaf argwaan. Hij verneemt iets over de te lichte guldens en verhoort op 19 januari 1764 de smidmeester en enkele muntgezellen. Deze ontkennen alles en zeggen van niets te weten. De volgende dag echter vindt hij tijdens een onverwacht bezoek een zak guldens die 23 mark te licht is. Als hij hiernaar een onderzoek instelt vindt hij een partij te lichte guldens die waarschijnlijk bedoeld waren om de zak op gewicht te brengen. Hij laat deze te lichte guldens in zijn bijzijn omsmelten en brengt de essayeur generaal Emants en de generaalmeesters der munt van het geval op de hoogte. Emants wist er natuurlijk al van en ziet dat de zaak nu uit de hand zal gaan lopen en licht ook zijn vriend Brantsen bij het Gelderse hof in. Deze ziet de Gelderse munt al gelijk gedoemd tot sluiten nu de zaak op deze wijze aan het licht is gekomen.

Op 26 januari 1764 ondervraagt de waardijn enkele dagloners van de munt. Deze verklaren hem zonder slag of stoot de zwendel met de te lichte en te zware guldens en rijksdaalders. Echter na ontdekking van de te lichte munten door de waardijn bleef de aanmaak hiervan achterwege.

Bron Catalogus Gelders munten van Kees Pannekeet.

De zaak wordt uiteindelijk 'geseponeerd' doordat de Staten Generaal en het hof van Gelderland onenigheid krijgen en Novisadi maakt daar op slinkse wijze van gebruik en ontloopt daardoor de ketelstaf (gekookt worden in de kokende olie)...
...en ook komt het het hof van Gelderland goed uit, want bij escalatie van het incident (lees rechtvaardige bestraffing) zou Gelderland waarschijnlijk de gelderse munt in Harderwijk hebben moeten sluiten..

..in ieder geval is het mogelijk dat door dit incident de guldens 1760 in kwade reuk stonden en dat er vele omgesmolten zijn.
Misschien is dit een te licht (en weggeworpen of verstopt)  exemplaar dat de smeltkroes is weten te ontvluchten.

Er zijn er een aantal bekend in grote collecties (Muntmuseum Utrecht, De Nederlandse Bank Amsterdam, Teyler Haarlem), maar ik ben er in het normale verkeer nog niet eerder 1 tegengekomen.
De munt komt blijkbaar zo weinig voor dat hij geen prijswaardering krijgt in de nieuwe groene  Catalogus van de Wis/Passon..
Hoewel deze constateringen strijdig zijn met de bevindingen van Kees Pannekeet die hem als N (normaal voorkomend) waardeert.
..maar deze constatering is mogelijk op slagaantallen gebaseerd.


   
Hoewel er van deze gulden 371.120 geslagen zijn, is deze dus uniek.

Gelderland, 1 gulden zilver, 1760
Gewicht: 8,45 gr
diameter: 29 mm

Vz: Nederlandse maagd met vrijheidshoed en speer, leunend op een bijbel op een altaar; HAC : NITIMVR HANC : TVEMVR
Kz: Generaliteitswapen met kroon tussen 1 en GL; MO:ARG:ORD:FŒ:BELG:D:GEL:&:C:Z.
Muntmeestersteken: afgeknotte boom (C.C. Novisadi)

KM 100.1
Delmonte 1178
Verkade 13.3
Passon 2.17.155
NPM Ge88




Grote afwijkingen, ook in de 1762 gulden. Hoewel er met de 1760 samen maar 371.120 zijn geslagen.

1790 en 1796

Ook deze guldens zijn zeldzaam
Van de 1790 zijn er 49.935 stuks geslagen
en van de 1796 zijn er 42.200 stuks geslagen



1723 fout 1793




Gulden
Generaliteits gulden Gelderland